Financial Times: ‘einde van de dagbladjournalistiek nabij’. Maar is dat erg?

“We moeten ons zorgen maken over de toekomst van de media. In de VS zijn er al meer dan vier PR-mensen voor elke journalist. Nieuws van bedrijven zelf neemt een steeds grotere plek in.”
Wie schrijft dat? Een dagbladjournalist. Jongere mensen lezen inderdaad minder dagbladen, maar ze hebben wel degelijk een enorme mediaconsumptie. Ze volgen kritische online media zoals Huffington Post en Reddit voor een ‘controle van de macht’. Andrew Edgecliffe-Johnson – van de Financial Times nota bene – haalt er in zijn lange artikel van alles bij om aan te tonen dat het alleen maar slechter wordt met al die bedrijven die zelf nieuws maken. Er is ook een positieve kant: mensen praten direct met organisaties. Dat is waar veel van die PR-mensen mee bezig zijn.  Interactie die tot meer vermaatschappelijking leidt. En daar was het toch om te doen. http://www.ft.com/intl/cms/s/2/937b06c2-3ebd-11e4-adef-00144feabdc0.html#axzz3Dm1MbpOa

Communicatiestrategie in begrijpelijke taal

Hoe leg je communicatiestrategie goed uit? In heldere taal. Met begrippen die je meteen, of met wat training, in de praktijk kan gebruiken. Ikzelf gebruik graag een duidelijke beeldspraak. Die begrijpt iedereen.

Een mooi voorbeeld is de strategie van de Broedende Kip. Die kippen moet je niet storen, dat weet iedereen, want dan lukt het niet met de eieren. Broedende kippen zie je veel bij onderhandelingen: ‘nee we weten nog niet wat de uitkomst is’. Tot het uiterste ingezet in de politiek. En ook als organisatie kun je soms ook ècht geen commentaar geven op iets dat nog loopt. Journalisten begrijpen dat uiteindelijk ook wel. Zelfs als je overschakelt op wat ze ‘stonewalling’ noemen: of je tegen een muur praat.

Makkelijk te begrijpen is de ook Wisselgeldstrategie. In communicatie vaak zichtbaar als aloude ‘wanneer werkgevers iets meer betalen zijn wij ook bereid tot concessies’ (of omgekeerd natuurlijk.) Voor het tweede decennium van de 21e eeuw lijkt me de strategie van het Glazen Huis heel toepasselijk: alleen absolute transparantie helpt om weer geloofwaardig te worden. Realiseer je dat je als onderneming of instelling een glazen huis bent, waar iedereen door de ramen kan kijken. En daarvan filmpjes op youtube zetten, op een blogpost schrijven of snel een tweet tikken…

Van PR 2.0 naar PR in 3D

Alweer een mediarevolutie; en ook in 3D zitten mogelijkheden voor communicatie. Nu nog in de categorie nieuw en spannend. Bij Avatar zo’n brilletje uitgereikt krijgen dat ook echt helpt bij de beleving van de film… Een van de eersten zijn met een echte 3D-TV… …dat is het begin. En daarna? Wie weet. Veel nieuwe technologie is in het begin ‘gek’. HD bijvoorbeeld was heel overdreven. Zei men. Terwijl heel wat mensen nu hun vakantie in HD filmen of HD-filmpjes op Youtube bekijken. Heel snel ‘gewoon’ geworden. Zo kan het met 3D ook gaan.

Bij mij in huis kunnen Max van 14 en Jaap van 11 niet wàchten tot ze hun oorlogsspellen in 3D kunnen spelen. Die 3D-demonstraties in de Mediamarkt hebben op hen een verslavende uitwerking, dat zegt ook wel wat. Er zijn ook al leuke experimenten op internet voor de jongerendoelgroep, zoals op http://www.zomerbezorger.nl/ (werkt alleen met webcam en Flash 8.0). Er is al een Youtube 3D-kanaal en Ziggo en UPC vierden hun eerste 3D-uitzending op TV bij de verkiezingen op 2 juni.

En voor PR? Presentatie in de aandeelhoudersvergadering lijkt me nog even iets tè nieuw, behalve misschien dan bij snelle technologiebedrijven. Journalisten hebben een hekel aan franje en ‘versiering’. Met functioneel (om dat woord maar ’s te gebruiken) inzetten kom je denk ik wel weg. Op de persbijeenkomst over een verschrikkelijk mooi gebouw er in 3D omheenzweven, dàt lijkt me iets waarvan ik kan uitleggen dat het brilletje even op moet. De eerste 3D productiebedrijfjes melden zich al, dus technisch kan het.

Online reputatiemanagement ook voor de industrie?

De sociale mediagekte woedt enorm in de dienstensector. Maar hoe zit het met de online reputatie van een gewoon industrieel bedrijf? Dáár zou ik wel ’s wat over willen weten dacht ik bij het zien van een presentatie over Social Media Marketing voor

Amsterdamse bedrijven. De man van de grote hotelketen zat natuurlijk al middenin de twitterende hotelgasten en had zijn handen vol aan het reageren op beoordelingssites. De voorbeelden waren vooral in de sfeer van consumentenproducten. Maar er waren ook mensen uit de industrie op de bijeenkomst afgekomen. Wat moet een business-to-businessbedrijf met dat gepraat via Internet?

Van mens tot mens
In de industrie telt toch vooral het de ferme handdruk, het loyale contact? Hoewel… 10 jaar geleden schreef internetgoeroe David Weinberger het al: ‘markets are conversations’. In dat boek gaat het precies over dat gesprek van mens tot mens, maar met hulp van de elektronica. Ook een B2B-bedrijf kan dus wat doen met de nieuwe media. Ondersteuning van de persoonlijke verkoop en after sales bijvoorbeeld. Je kan ermee aan je imago werken. En zelfs aan productontwikkeling, kijk maar ’s opwww.redesignme.com. Uiteindelijk kan dat een bijdrage gaan leveren

aan de groei van het bedrijf.

Zet ‘s een eerste stap, en investeer wat tijd en geld in de aanwezigheid op LinkedIn of Twitter. Laat klanten en relaties zien wat er ‘nu’ in de organisatie gebeurt en begin een er gesprek over. Of over wat ze van de producten vinden, wat ze eigenlijk zoeken

, noem maar op. Maar doe het niet ‘half’. Maak een plan en wijs een beheerder aan en een paar mensen die het levend houden. Maak een lijst met afspraken en onderwerpen. Luister en reageer. Nog beter: laat je adviseren door een adviseur die begrijpt hoe je het zò kunt aanpakken dat het goed is voor je imago en dat het in je totale communicatiepakket past.

Nu heb je meteen een manier om de website wat levendiger te maken. Voeg er een interessante ontmoetingsplek aan toe: als het op Twitter lekker loopt, kun je die ‘gesprekken’ op de homepage laten zien! Deze tekst is een licht gewijzigde versie van een tekst die eerder verscheen op www.bijlpr.nl.