Overheid goed in het aantrekken van talent maar slecht in het vasthouden ervan

‘De overheid is goed in het aantrekken van talent en vervolgens gaan die mensen naar het bedrijfsleven.’ Die opmerking is me altijd bijgebleven. Aan het woord is Jan-Willem de Boer, op dat moment hoofd voorlichting Openbaar Lichaam Rijnmond. Voor de jongeren onder u: dat was ooit een bestuurlijk experiment dat bruiste van de vernieuwingsdrift.

Jan-Willem was dan ook niet your average kleurloze chef, nee hij was door Andre van der Louw geselecteerd op brille, welluidende stem en grote gebaren. Heel wat beter dan de vergrijsde types bij mijn toenmalige werkgever, de provincie Zuid-Holland vond ik. In mij zag Jan-Willem denk ik ook een aanwinst, al had ik dat met mijn 25 jaar nog niet in de gaten. Des te groter was zijn teleurstelling toen ik hem een jaar later vertelde dat ik een goed heenkomen ging zoeken bij een PR-bureau. En waarom eigenlijk?

Bij mij speelden factoren een rol die Max Weber al beschreef: de kracht van bureaucratie zit ‘m in de regels, procedures en hiërarchie. Zelf zijn we er kennelijk ook een beetje bang van. Het is opvallend dat we bij de werving deze voor de continuïteit en betrouwbaarheid wezenlijke aspecten graag verdoezelen.

Kàn je inhoudelijk, veranderingsgericht talent wel vasthouden? Ik vind van wel. Ga juist over die bureaucratie het gesprek aan met je kandidaten. Dan blijven de goede vanzelf over. Manage die verwachtingen, zonder dat ze hun verwondering kwijtraken. En knikker de handige types eruit die hun opleiding en training op kosten van de samenleving genieten en aan het begin al weten dat ze hun dromen in het bedrijfsleven gaan realiseren.

Zelf werk ik alweer een tijdje in het algemeen belang. En Jan-Willem? Bij de ondergang van het Openbaar Lichaam moest ook hij een goed heenkomen zoeken. Als zelfstandig adviseur.

Geschreven als bijdrage aan de ‘blogbattle’ van re-public, juni 2012