Financial Times: ‘einde van de dagbladjournalistiek nabij’. Maar is dat erg?

“We moeten ons zorgen maken over de toekomst van de media. In de VS zijn er al meer dan vier PR-mensen voor elke journalist. Nieuws van bedrijven zelf neemt een steeds grotere plek in.”
Wie schrijft dat? Een dagbladjournalist. Jongere mensen lezen inderdaad minder dagbladen, maar ze hebben wel degelijk een enorme mediaconsumptie. Ze volgen kritische online media zoals Huffington Post en Reddit voor een ‘controle van de macht’. Andrew Edgecliffe-Johnson – van de Financial Times nota bene – haalt er in zijn lange artikel van alles bij om aan te tonen dat het alleen maar slechter wordt met al die bedrijven die zelf nieuws maken. Er is ook een positieve kant: mensen praten direct met organisaties. Dat is waar veel van die PR-mensen mee bezig zijn.  Interactie die tot meer vermaatschappelijking leidt. En daar was het toch om te doen. http://www.ft.com/intl/cms/s/2/937b06c2-3ebd-11e4-adef-00144feabdc0.html#axzz3Dm1MbpOa

Google Goggles – het werkt maar die privacy hè

Google Goggles  – ik heb het uitgeprobeerd en het werkt.  Ben ik nu een fan? Dat valt te bezien.

Eerst het goede nieuws: hoe had ik ooit achter de maker van dit fraaie kunstwerk kunnen komen zònder..? Foto jaren geleden gemaakt, weet niet eens meer waar. Dan is Goggles gewèldig. Kwestie van aanklikken, downloaden, fotograferen en al tijdens het scannen komen de links tevoorschijn. Verrijkt je leven en dat soort dingen.
De andere kant is dat je foto’s naar Google gaan en in een database kunnen worden opgeslagen met je emailadres erbij. Als je niet uitkijkt ook met tijd plaats en locatie. Dat voelt weer minder prachtig. Stel je voor de dat nou nèt dat kunstwerk wordt gestolen en de politie de gegevens opeist van iedereen die het op bepaalde plaatsen heeft gefotografeerd. Dat helpt het opsporen, maar maakt je wel meteen verdachte. Geeft geen fijn gevoel. Vooral niet als je net naar een aflevering van Dr. Phil hebt gekeken waarin een vent vertelt hoe hij als twaalfjarige door de politie tot een bekentenis werd gedwongen. En het kunstwerk? Dat is van de Duitser David Schnell.
http://www.artinfo.com/news/story/35287/david-schnell

Small office, home office, de toekomst van de adviseur

SOHO is niet alleen de naam van interessante wijken in Londen en New York, maar ook de afkorting van ‘small office/home office’. Die trend in de VS heeft inmiddels hele suburbs veranderd van saaie buitenwijken naar bloeiende woon/werkgebieden. Vroeger heette dat op jezelf werken in Nederland ‘zelfstandig adviseur’. Dat had altijd iets treurigs vond ik – iemand die in z’n eentje aanrommelt, afgesneden van collega’s en voorzieningen. Tegenwoordig is dat wel anders. kan je vanuit huis ‘alles’ regelen en met iedereen communiceren via internet. Efficient. Voor een paar centen heb je een hoop vrijheid, dezelfde kantoorapparatuur en toegang tot dezelfde systemen als bij een kantoor – in een niet gering aantal gevallen zelfs sneller en beter.

Nederland wordt ook een SOHOland. Tussen 2006 en 2011 is het aantal eenpersoonsbedrijfjes in met 60% gegroeid. Ruim driekwart  binnen de zakelijke dienstverlening. Van accountant is 78% eenpitter, bij marktonderzoekers 8o%. Volgens een onderzoek van ABN Amro komt een deel van hun werk van gevestigde bedrijven. Vaak omdat ze goedkoper en flexibeler werken. En er is nog een reden. Talentvolle mensen hoeven niet meer zo nodig een vaste baan. ‘Flexwerk’ neemt een steeds grotere omvang aan. Via uitzendbureaus, maar ook via het jezelf ‘verhuren’.  Vroeger was je een beetje gek om in de adviesbranche vanuit huis te werken –  en nu ben je modern bezig. Met je small office home office.

 

Van Nimbyprincipe naar Pimfydenken

Nimby, ‘Not in my backyard’ heeft een tegenhanger. Dat realiseerde ik me bij het zien van een item op het NOS-journaal over een kazerne in Assen. Die militairen in – zeg maar – de voortuin van de gemeente Assen moet juist niet weg, nee, die moeten vooral blìjven.  Ik heb een acroniem voor dit verschijnsel: Pimfy – please in my front yard. Aan het Pimfydenken kleeft vaak net als bij Nimby iets opportunistisch. Bij Nimby is het ‘tuurlijk zijn wij voor de opvang van asielzoekers, alleen in niet in onze buurt’.  Bij Pimfy is het: ‘bezuinigingen zijn prachtig, maar niet in op de kazernes in onze voortuin’.

Pimfycampagnes worden ook gevoerd door gemeenten die premies betalen om nieuwe bedrijven binnen hun grenzen te krijgen. Ikzelf heb ooit een mooie Pimfybrochure gemaakt voor de provinice Zuid-Holland, ideale vestigingsplaats voor wat voor soort industrie dan ook. It’s all advocacy zoals de Amerikanen zeggen – het is allemaal belangenbehartiging.

Van PR 2.0 naar PR in 3D

Alweer een mediarevolutie; en ook in 3D zitten mogelijkheden voor communicatie. Nu nog in de categorie nieuw en spannend. Bij Avatar zo’n brilletje uitgereikt krijgen dat ook echt helpt bij de beleving van de film… Een van de eersten zijn met een echte 3D-TV… …dat is het begin. En daarna? Wie weet. Veel nieuwe technologie is in het begin ‘gek’. HD bijvoorbeeld was heel overdreven. Zei men. Terwijl heel wat mensen nu hun vakantie in HD filmen of HD-filmpjes op Youtube bekijken. Heel snel ‘gewoon’ geworden. Zo kan het met 3D ook gaan.

Bij mij in huis kunnen Max van 14 en Jaap van 11 niet wàchten tot ze hun oorlogsspellen in 3D kunnen spelen. Die 3D-demonstraties in de Mediamarkt hebben op hen een verslavende uitwerking, dat zegt ook wel wat. Er zijn ook al leuke experimenten op internet voor de jongerendoelgroep, zoals op http://www.zomerbezorger.nl/ (werkt alleen met webcam en Flash 8.0). Er is al een Youtube 3D-kanaal en Ziggo en UPC vierden hun eerste 3D-uitzending op TV bij de verkiezingen op 2 juni.

En voor PR? Presentatie in de aandeelhoudersvergadering lijkt me nog even iets tè nieuw, behalve misschien dan bij snelle technologiebedrijven. Journalisten hebben een hekel aan franje en ‘versiering’. Met functioneel (om dat woord maar ’s te gebruiken) inzetten kom je denk ik wel weg. Op de persbijeenkomst over een verschrikkelijk mooi gebouw er in 3D omheenzweven, dàt lijkt me iets waarvan ik kan uitleggen dat het brilletje even op moet. De eerste 3D productiebedrijfjes melden zich al, dus technisch kan het.

Online reputatiemanagement ook voor de industrie?

De sociale mediagekte woedt enorm in de dienstensector. Maar hoe zit het met de online reputatie van een gewoon industrieel bedrijf? Dáár zou ik wel ’s wat over willen weten dacht ik bij het zien van een presentatie over Social Media Marketing voor

Amsterdamse bedrijven. De man van de grote hotelketen zat natuurlijk al middenin de twitterende hotelgasten en had zijn handen vol aan het reageren op beoordelingssites. De voorbeelden waren vooral in de sfeer van consumentenproducten. Maar er waren ook mensen uit de industrie op de bijeenkomst afgekomen. Wat moet een business-to-businessbedrijf met dat gepraat via Internet?

Van mens tot mens
In de industrie telt toch vooral het de ferme handdruk, het loyale contact? Hoewel… 10 jaar geleden schreef internetgoeroe David Weinberger het al: ‘markets are conversations’. In dat boek gaat het precies over dat gesprek van mens tot mens, maar met hulp van de elektronica. Ook een B2B-bedrijf kan dus wat doen met de nieuwe media. Ondersteuning van de persoonlijke verkoop en after sales bijvoorbeeld. Je kan ermee aan je imago werken. En zelfs aan productontwikkeling, kijk maar ’s opwww.redesignme.com. Uiteindelijk kan dat een bijdrage gaan leveren

aan de groei van het bedrijf.

Zet ‘s een eerste stap, en investeer wat tijd en geld in de aanwezigheid op LinkedIn of Twitter. Laat klanten en relaties zien wat er ‘nu’ in de organisatie gebeurt en begin een er gesprek over. Of over wat ze van de producten vinden, wat ze eigenlijk zoeken

, noem maar op. Maar doe het niet ‘half’. Maak een plan en wijs een beheerder aan en een paar mensen die het levend houden. Maak een lijst met afspraken en onderwerpen. Luister en reageer. Nog beter: laat je adviseren door een adviseur die begrijpt hoe je het zò kunt aanpakken dat het goed is voor je imago en dat het in je totale communicatiepakket past.

Nu heb je meteen een manier om de website wat levendiger te maken. Voeg er een interessante ontmoetingsplek aan toe: als het op Twitter lekker loopt, kun je die ‘gesprekken’ op de homepage laten zien! Deze tekst is een licht gewijzigde versie van een tekst die eerder verscheen op www.bijlpr.nl.